Een instrument kiezen

{lang: 'nl'}

Wanneer je als kind of als volwassene een muziekinstrument uitzoekt om te gaan bespelen, dan kies je die vaak op de klank. Wat je speelt moet je natuurlijk ook mooi vinden klinken. Anders is de lol er al snel af. Maar behalve dat het geluid moet passen bij je smaak, is ook handig een antwoord te vinden op een aantal andere vragen:

  • Bij welk muziekgenre hoort het instrument? Met een cello kun bijvoorbeeld wel met popmuziek meestrijken, maar meestal zit je toch met klassieke stukken. En vind je dat dan leuk?
  • Wil liever alleen spelen of samen? Als je bijna altijd afhankelijk bent van anderen om te kunnen spelen – bijvoorbeeld het geval met slagwerk, een blaasinstrument of een strijkinstrument – is het goed te bedenken of dat bij je karakter past.
  • Hoeveel gaat de buurvrouw horen? Je kunt een saxofoon nog zo lekker vinden klinken, maar als je je constant geneert voor de buren, schieten die lessen niet zo op.
  • Hoeveel gedoe is het om je instrument te vervoeren? Een dwarsfluit of gitaar gooi je zo in de achterbak, maar een contrabas of een harp is een ander verhaal.

Lijkt allemaal van ondergeschikt belang, maar als je langer speelt gaan de praktische kanten van je instrument zwaarder wegen. Dan is het lekker als je daar van tevoren over hebt nagedacht. Weet je niet zeker hoe je instrument gaat bevallen? Bij veel muziekscholen kun je proeflessen doen, en instrumenten huren. Dan zit je nog niet vast aan je keuze en kijk je eerst of het allemaal wel bevalt. Heb je dan een week viool gespeeld in een snerp-kwartetje, kun je altijd nog overstappen op gitaar. Wel zo’n lekker gevoel.