Rembrandt van Rijn – De meester van de Gouden Eeuw – deel 2

Vorige week ging het over de eerste 30 levensjaren van Rembrandt van Rijn, deze week beschrijft de jaren nadien en de waardering voor zijn werken.

Zijn schilderwerk was vooral barok, maar vanaf circa 1640 versoberde het. De bekende Nachtwacht wordt als een laatste werk gezien in de barokke stijl. De oorzaak hiervan ligt vermoedelijk in het jonge overlijden van drie kinderen, en van Saskia (in 1642).
Rond 1647 trok Hendrickje Stoffels bij Rembrand in. Zijn financiële situatie verslechterde enorm, waardoor hij in 1656 failliet werd verklaard. Hendrickje overleed in 1663, zijn zoon Titus in 1668. In zijn laatste jaren, waarin Rembrandt gerijpt was door tegenslag, schilderde hij nog een aantal meesterwerken, waaronder Het joodse bruidje (1665) en De staalmeesters (1662). Rembrandt overleed in 1669 te Amsterdam.

Het Joodse bruidje
(Het Joodse bruidje – wikimedia.org)

Rembrandt van Rijn heeft een zeer groot oeuvre, bestaand uit circa 420 schilderijen, 300 etsen en 1400 tekeningen. Dit maakt hem zeker één van de meest productieve en invloedrijkste schilders uit de Europese kunstgeschiedenis. In het begin werd hij wel gewaardeerd, later werd dat minder toen er in 1675 negatieve kritiek over hem geuit werd. Het verwijt was dat Rembrandt de regels van de kunst niet volgde, wat hem een onontwikkelde schilder maakte. A. Houbraken schreef zijn kritiek op, op een manier dat het leek alsof Rembrandt het zelf schreef, en men dacht dat hij van slechte afkomst was.

Rond 1715 kreeg Rembrandt zijn erkenning en waardering terug, en in 1852 kreeg hij in Amsterdam zelfs een standbeeld.

Standbeeld Rembrandt van Rijn te Amsterdam
(Standbeeld Rembrandt van Rijn te Amsterdam – wikimedia.org)

Rembrandt van Rijn – De meester van de Gouden Eeuw

Rembrandt Harmenszoon van Rijn wordt geboren op 15 juli 1606 te Leiden. Hij was het tiende kind van molenaar Harmen Gerritszoon van Rijn en de bakkersdochter Neeltgen Willemsdochter van Zuytbroeck. Al vroeg ontdekte hij dat Vlaams schilder Peter Paul Rubens zijn grote voorbeeld was. Hij wilde eerst van hem leren, daarna met hem rivaliseren en hem vervolgens naar de kroon steken.

Rembrandt van Rijn

Een verhaal dat rondgaat, is dat Rembrandts ouders arm waren, en hij daardoor geen opleiding heeft kunnen genieten. Dit is niet correct, zijn ouders waren mede-eigenaar van een molen en behoorden zelfs tot de gegoede middenklasse. Rembrandt is naar de Latijnse school gegaan, en op 14-jarige leeftijd zelfs tot de universiteit van Leiden toegelaten. Hij vond dit helemaal niks, en mocht van zijn vader in de leer gaan bij Leidse kunstschilder Jacob van Swanenburch. Hij hield dit vier jaar vol, en vertrok in 1625 naar Amsterdam om in de leer te gaan bij de toentertijd toonaangevende schilder Pieter Lastman, die veel invloed op hem had. Hier werd Rembrandt een succesvol schilder, die als geen ander kon spelen met licht en schaduw. Toen hij in 1625 terug was in Leiden, opende hij met Jan Lievens een eigen atelier. Twee jaar later nam hij zijn eerste leerlingen aan, op zijn 21e levensjaar.

In 1631 vestigt Rembrandt zich definitief in Amsterdam. Daar ontwikkelde zijn kenmerkende gebruik van licht en donker nog meer, en bleek zijn fascinatie voor gezichten (bijv. De anatomische les van dr. Nicolaas Tulp, 1632). In 1634 trad hij in het huwelijk met Saskia van Uylenburgh. In tegenstelling tot wat er gedacht werd door onder andere kunstenaar Arnold Houbraken, was zij geen boerin uit Waterland, maar pleegdochter van vooraanstaand kunsthandelaar Hendrick van Uylenburgh, wat hem nog meer opdrachten opleverde. Door zijn verhuizing naar de rand van een joodse buurt kreeg hij de gelegenheid om veel joodse gezichten te bestuderen. Dit kwam zijn werk te goede, waardoor hij ongeveer 300 Bijbelse werken heeft vervaardigd.

De anatomische les van dr. Tulp

Volgende week gaat de biografie verder, over de verschuiving van Rembrandts stijl en de laatste jaren van zijn leven.